
Gepubliceerd: 15 april 2011, bron: www.amsterdam.nl.
Vandaag presenteerde de commissie Gunning haar onderzoek naar Amsterdamse zedenzaak. Hieronder kunt u het persbericht van de commissie lezen.
Commissie Gunning: "Twee paar ogen op de groep, betere screening van medewerkers en risicosignalen bundelen."
De kinderopvangsector is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn kwaliteit en voor de veiligheid van kleine kinderen. Iedere directeur van een kinderdagverblijf is daarop aan te spreken. In de Amsterdamse Zedenzaak hebben de bij kinderopvang betrokken instellingen en overheidsinstanties zowel in hun eigen taakuitoefening als in de onderlinge samenwerking steken laten vallen. Het risico van seksueel misbruik van kinderen kreeg in de dagelijkse praktijk minder aandacht dan nodig is. Risicosignalen werden daardoor onvoldoende opgevangen en bijeengebracht.
De aanbevelingen in het rapport van de commissie zijn erop gericht de ontdekking van seksueel misbruik in de toekomst zo min mogelijk aan het toeval over te laten. Voorop staat dat iedere betrokkene, of het nu gaat om de kinderdagverblijven zelf, de Inspectie Kinderopvang, de gemeente (als handhavende instantie) of de hulpverlenende instellingen, de richtlijnen en protocollen moet naleven. Belangrijk daarbij is een striktere interpretatie en aanscherping van de voorgeschreven beroepskracht-kindratio, zodat in kinderdagverblijven altijd twee volwassenen de kinderen in een groep kunnen zien of horen. Ook pleit de commissie voor meer hoger opgeleiden in de sector en een betere screening van nieuwe medewerkers. Een centrale rol in het bijeenbrengen en beoordelen van signalen van seksueel misbruik ligt bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling. Toezicht en handhaving door GGD's en gemeenten moeten krachtiger. Kinderopvang is bovendien niet alleen een faciliteit ten behoeve van ouders, maar vooral ook een omgeving waar kleine kinderen zich kunnen ontplooien.